Geschiedenis van Tanzania

Geschiedenis van Tanzania2017-07-18T08:27:33+00:00

Hoewel Vasco da Gama al vijfhonderd jaar geleden voet aan wal zette in Kilwa, gelegen ten zuiden van Dar es Salaam, dateert onze kennis van de binnenlanden van Tanzania uit de periode 1850 tot 1870 toen ontdekkingsreizigers en missionarissen zoals Livingstone en Krapf deze gebieden geleidelijk in kaart brachten. Nadien nam, gedreven door de industriële revolutie, de economische belangstelling voor Oost-Afrika snel toe, mede ten gevolge van de opening van het Suezkanaal in 1869.

Met de toenemende economische belangstelling kwam in het Westen tevens de discussie over territoriale aanspraken op gang, die uiteindelijk in 1890 resulteerde in het Verdrag van Berlijn, waarbij tussen Engelsen en Duitsers de grenzen van het huidige Tanzania werden overeengekomen en het gebied onder Duits gezag werd geplaatst. Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog werd Duitsland gedwongen haar koloniën op te geven en kwam Tanganyika onder Brits mandaat.

In 1962 werd Tanganyika onafhankelijk, gevolgd door Zanzibar in 1963 en in 1964 kwam tussen beide landen de Verenigde Republiek Tanzania tot stand. Sindsdien is er sprake van een langzame maar gestage economische ontwikkeling en van een grote homogeniteit en stabiliteit.

Geschiedenis van Tanzania

Wat klanten zeggen (t108)

Oudheid en Middeleeuwen
In de Oldowai-kloof zijn 1,8 miljoen jaar oude overblijfselen van mensachtige wezens (o.a. Zinjanthropus) gevonden. De oorspronkelijke bewoners van het vasteland van Tanzania zijn nu bijna verdwenen. Het waren jagers en verzamelaars, verwant aan de Zuid-Afrikaanse San (Bosjesmannen). Zij werden verdreven door volken met een Bantoe-taal, veelal landbouwers, en Nilotisch sprekende veehouders zoals de Maasai. Deze immigratie naar het Tanzaniaanse grondgebied begon ca. 3000 jaar geleden en ging tot ca. 1850 door.

Vanaf de 9e eeuw vestigden zich Arabieren langs de kust, en door de vermenging van de Bantoe-talen en het Arabisch ontstond het Kiswahili, een handelstaal of ‘lingua franca’ die door vrijwel alle autochtone bewoners van Tanzania begrepen en gesproken werd. Portugezen overheersten de handel tussen 1498 en 1828, toen zij definitief werden verslagen door de Arabieren.
Slaven waren op een gegeven moment de belangrijkste handelswaar. Veel slaven werden verscheept naar suikerplantages op de nabijgelegen eilanden Zanzibar, Mauritius en Réunion, naar Arabische landen en ook nog naar Amerika en het Caribische gebied. Het ‘hoogtepunt’ van de slavenhandel lag in de jaren zestig van de 19e eeuw. Bagamayo was toen de belangrijkste slavenmarkt van het vasteland van Oost-Afrika.

Duitse overheersing
In 1884 trok de Duitser Karl Peeters in opdracht van de Deutsche Ost-Afrika Gesellschaft het Oost-Afrikaanse binnenland in. Namens kanselier Bismarck werden er verdagen gesloten met lokale stamhoofden, die daardoor op ‘bescherming’ konden rekenen. Toen dit echter doorsloeg in het verbieden van lokale tradities en het neerschieten van een zwarte, brak er in 1888 een opstand uit, die echter keihard werd neergeslagen door de ‘Reichsregierung’. De sultan van Zanzibar zag zijn zeggenschap over grote delen van het vasteland verloren gaan en riep de hulp in van de Britten. Die reageerden echter averechts en sloten in 1890 zelfs een verbond met de Duitsers, waardoor Tanganyika (nu: Tanzania, Burundi en Rwanda) een Duits protectoraat werd en Kenia, Uganda en Zanzibar binnen de Britse invloedssfeer kwamen. Voor de arme sultan bleef nog een smalle kuststrook op het vasteland over en koningin Victoria van Groot-Brittannië schonk de berg Kilimanjaro aan de kleinzoon van de Duitse keizer.

De kolonisatie van Tanganyika door de Duitsers verliep vrij moeizaam, vooral in het binnenland. Belangrijk voor het gebied was wel de aanleg van een spoorlijn van de kust naar een vruchtbaar gebied in de buurt van de Kilimanjaro. De bouw van de spoorlijn begon in 1891 en duurde tot 1911. Verder werd de verbouw van handelsgewassen als koffie en sisal gestimuleerd en gefinancierd. Katoen leverde door de matige grondkwaliteit niet zoveel op, en toen men toch werd gedwongen om in de zuidelijke kustgebieden katoen te verbouwen, brak in 1905 de Maji Maji-opstand uit. Dit kostte meer dan 70.000 Tanganyikanen het leven, niet alleen door oorlogshandelingen maar ook door honger en ziekte.

De Duitsers zagen echter al snel in dat dwangarbeid hier niet werkte en stimuleerden de kleinschalige Afrikaanse landbouw, met als bijkomend gevolg dat de onrust onder de bevolking sterk afnam. Hierdoor kon bijvoorbeeld de katoenteelt zich goed ontwikkelen ten zuiden van het Victoria-meer, het woongebied van de Sukuma. De handel in katoen werd aan het eind van de negentiende eeuw vrijwel geheel geregeld door Aziatische handelaren.

Tanganyika onder Brits mandaat
De Eerste Wereldoorlog had een grote invloed op het Duitse bewind in Oost-Afrika. Het Duitse leger verloor keer op keer van de Britten, maar het lukte de Britten niet om de Duitsers definitief te verjagen.

Bij het vredesverdrag van 1919 werd echter bepaald dat Duitsland haar aanspraken op Oost-Afrika en alle andere koloniën moest opgeven. Vervolgens werd Tanganyika onder Brits mandaat geplaatst, met dien verstande dat het gebied Rwanda-Burundi in Belgische handen viel. De Britten vonden hun nieuwe mandaatgebied echter absoluut niet interessant en in combinatie met de economische wereldcrisis leed de Tanganyikaanse landbouw zwaar onder het uitblijven van investeringen en de dalende exportprijzen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog ging het weer wat beter met de Tanganyikaanse economie. De Britse troepen in Oost-Afrika hadden veel voedsel nodig, maar ook rubber. Ook na de oorlog bleef Tanganyika voor de Britten interessant, omdat door de onafhankelijkheid van India grote afzetgebieden waren weggevallen.

Tanganyika op weg naar zelfstandigheid
Na de Tweede Wereldoorlog werden alle mandaatgebieden van de Volkenbond onder toezicht van de Verenigde Naties geplaatst. Het doel daarvan was om die gebieden langzaamaan zelfbestuur te geven en te begeleiden naar onafhankelijkheid. In 1948 werden in Tanganyika de eerste verkiezingen voor een Wetgevende Vergadering gehouden.

In 1956 reisde Julius Kambarage Nyerere, de latere president, naar de Verenigde Naties in New York om daar de zelfstandigheid van Tanganyika te bepleiten, waar hij een groot voorstander van was. Uiteindelijk erkenden de Verenigde Naties het recht op zelfbeschikking en ook Nyereres nationale politieke beweging Tanganyika Africa National Union (TANU) werd erkend als een nationale politieke beweging. Dit verlangen naar onafhankelijkheid dateerde al van de tijd tussen de twee wereldoorlogen en speelde in het hele land. Met name de door de Britten gehanteerde bestuursvorm ‘indirect rule’ zette veel kwaad bloed. Dit hield in dat de Britten lokale ‘chiefs’ aanstelde, ook in gebieden waar deze stamhoofden niet betekenden voor de gewone bevolking. De chiefs werden er dan ook van beticht te heulen met de kolonisator.

Ook om economische redenen boterde het niet tussen de Britten en de Tanganyikanen. De productie van landbouwgewassen moest verder verhoogd worden en daarom werd de kleine boeren verdreven van hun grond voor de aanleg van grote plantages. Bovendien werd men gedwongen andere landbouwmethoden toe te passen, die door een gebrek aan kennis verkeerd uitvielen. Om zich aan de macht van de Britten en de chiefs te onttrekken, verenigden de boeren in de belangrijkste productiegebieden zich in coöperaties. Hierdoor werd de mogelijkheid om verzet te bieden ook groter. De Britten keken met gemengde gevoelens naar deze ontwikkelingen, die zowel voor- als nadelen met zich meebracht. Uiteindelijk echter zouden de coöperaties zich definitief tegen de Britse overheersers keren.

Na de boeren kwamen de havenarbeiders in de steden in opstand tegen de Britten. Hun belangrijkste eis was loonsverhoging en zowel spoorwegarbeiders en onderwijzend personeel zouden uiteindelijk met de havenarbeiders mee staken. Om de stakingen niet over te laten slaan naar andere delen van het land besloten de Britten om concessies te doen. Ze gingen akkoord met de loonsverhoging en stonden de vorming van vakbonden toe. In 1955 werd de Tanganyika Federation of Labour (TFL), een federatie van verschillende vakbonden, opgericht, onder leiding van Rashidi Kawawa, de latere premier. In 1954 was er ook al een eerste nationale politieke partij opgericht, de Tanganyika African National Union (TANU), de opvolger van de in 1922 opgericht antikoloniale beweging Tanganyika African Association (TAA).

Opkomst Julius Nyerere
Julius Nyerere was de grote man van deze beweging, want al in 1940 had hij meer aandacht van de Britten opgeëist voor de ontwikkeling van de Afrikaanse bevolking en in 1954 verscheen er zelfs al een ontwerpgrondwet van de TAA.

In 1959 kreeg Tanganyika voor het eerst een kabinet, met uiteindelijk vijf ministers van de TANU. In 1960 werden de algemene verkiezingen gewonnen door de TANU, met 70 van de 71 zetels, met Nyerere als minister-president. In mei 1961 kreeg het land volledig zelfbestuur en op 9 december 1961 werd het onafhankelijke Tanganyika uitgeroepen, met Nyerere als president.

Onder Nyerere ging het aanvankelijk goed met Tanzania. Nyerere was populair en wist de eenheid onder de meer dan honderd bevolkingsgroepen te bewaren, met de TANU als bindmiddel. Hij trad zelfs een maand na de machtsoverdracht al weer af om de TANU over het hele land te organiseren. Zijn plaats werd ingenomen door oud-vakbondsleider Rashidi Kawawa, die meteen het koloniale bestuurssysteem op de schop nam.

Ontwikkelingen op Zanzibar
Op het eiland Zanzibar gingen de ontwikkelingen niet zo snel en bleef de bestaande hiërarchie nog vrij lang intact. Hier bezetten de Europeanen de hoogste posten en werden de Afrikanen onder de duim gehouden en te werk gesteld op de landbouwgronden. Twee jaar na Tanganyika, in december 1963, werden ook Zanzibaren Pembaonafhankelijk, maar de regering hield het maar één maand uit.

In januari 1964 kwam de zwarte bevolking in opstand tegen de onderdrukkende Arabieren en de sultan werd weggejaagd. Duizenden Arabieren werden afgeslacht en anderen vluchtten naar Oman en andere Golfstaten.

De macht was nu in handen van de Afro-Shirazi Party (ASP), waar ook Afrikanen van het vasteland en Arabieren deel uitmaakten. Het nieuwe regime, onder leiding van sjeik Abeid Karume, knoopte nauwe banden aan met communistische landen als de DDR en China, dit tot grote bezorgdheid van de Verenigde Staten.

Het was tenslotte de tijd van de Koude Oorlog en men wilde een tweede ‘Cuba’ koste wat kost voorkomen. Nyerere werd onder druk gezet van de Amerikanen om een unie aan te gaan met Zanzibar en Pemba, en op 22 april 1964 was het inderdaad zover: Tanganyika en Zanzibar vormden samen de United Republic of Tanzania, waarbij Zanzibar wel een grote mate van autonomie behield.

Die autonome positie zorgt echter tot op de dag van vandaag voor problemen. Zo heeft Zanzibar een eigen president en een eigen regering. De president van Zanzibar is bovendien nog vice-president van de Verenigde Repubiek Tanzania. In de loop der jaren zijn er verschillende pogingen tot een staatsgreep geweest, onder meer in 1984 en in 1988. Karume werd al in 1972 vermoord; hij werd opgevolgd door Aboud Jumbe.

Deze staatsgrepen ontstonden door ontevredenheid, want met de economie van Zanzibar ging het veel slechter dan met de economische toestand van Tanzania. Ook de grote verschillen tussen de Afrikaanse en Arabische bevolkingsgroepen speelden hierin een grote rol. Ook de verhoudingen tussen het hoofdeiland Unguja en Pemba zijn verre van goed te noemen.

Door de voorbereiding op een meerpartijenstelsel in 1992 werd er door eilandbewoners een proces van afscheiding op gang gebracht werd. De eerste verkiezing onder het nieuwe stelsel werd in 1993 op Zanzibar gehouden. De verkiezingen werden gewonnen door de Revolutionaire Partij van Tanzania (CCM), maar geboycot door bijna de gehele oppositie.

President Nyerere
In 1965 riep Nyerere Tanzania uit tot een eenpartijstaat; nog steeds was hij er diep van overtuigd dat om de eenheid in het land te bewaren één politieke partij het beste was. In Tanganyika werd alleen de TANU en op Zanzibar alleen de Shirazi-partij toegelaten.

Bovendien was hij ook een beetje bang voor zijn eigen positie. Na de onafhankelijkheid bleef de economische ontwikkeling achter bij de gewekte verwachtingen en dat kwam zijn populariteit niet ten goede. Met name de vele miljoenen kleine boeren hadden het niet breed en kregen bijna geen aandacht van de regering. Ook de industriële ontwikkeling bleef ver achter en de afzet van agrarische producten naar het buitenland stokte. Binnenlandse onrust leidde in 1964 tot een muiterij van het leger en in 1966 tot problemen op de universiteit van Dar-es-Salaam. Met behulp van Britse troepen en Nyereres verbale talenten werden deze crises echter snel bezworen.

Op 5 februari 1967 werd door het uitvoerend comite van de TANU de Verklaring van Arusha gepubliceerd. Enkele hoofdpunten van het toekomstige beleid waren self-reliance (vertrouwen op eigen kracht) en ‘ujamaa’ (familiezin). Verder waren erin opgenomen een leiderschapscode en kenmerken van het Tanzaniaanse socialisme: een actieve rol voor de staat, geen uitbuiting van de boeren meer en men mocht niet meer afhankelijk zijn van het buitenland.

Meteen na het uitkomen van de Verklaring werden alle banken en veel grote bedrijven genationaliseerd. Opvallend waren verder de oprichting van zogenaamde Ujamaa-dorpen, die stoelden op de oude waardes en tradities van de familiegemeenschappen op het platteland. In de dorpen kon ook de grond gezamenlijk bewerkt worden en allerlei sociale voorzieningen konden gemakkelijker gerealiseerd worden.

Het gevolg hiervan was een massale volksverhuizing van meer dan 3 miljoen Tanzanianen die naar de nieuwe dorpen verhuisden. Zowel nationaal als internationaal werden de plannen van Nyerere met groot enthousiasme ontvangen.

Jaren zeventig en tachtig
Vanaf het begin van de jaren zeventig werd echter al snel duidelijk dat ‘Arusha’ en ujamaa niet voor de gehoopte economische voorspoed en welvaart zouden zorgen. Zowel ex- als interne factoren waren de schuld van de economische teruggang. Wat de handelspositie betrof werd Tanzania hard getroffen door de stijging van de olieprijzen en bleven de prijzen van de exportproducten ver achter bij die van de importproducten. Ook het uit elkaar vallen van de Oost-Afrikaanse Gemeenschap in 1977 deed de economische toestand geen goed en door een oorlog met Uganda in 1978 stegen de uitgaven voor defensie tot bijna 25% van het nationale inkomen. Ook het weer werkte niet mee door dan weer zware overstromingen, en dan weer langdurige perioden van droogte.

In 1977 gingen de TANU en de Afro-Shirazi Partij van Zanzibar op in de CCM, de Chama Cha Mapinduzi, de Partij van de Revolutie.

Intern was het ujamaa-project ook geen succes: door de toegepaste zwerflandbouw raakte de bodem al snel uitgeput met als gevolg een teruglopende landbouwproductie. Bovendien was de grond in de buurt van de nieuwe dorpen lang niet altijd geschikt voor landbouw en was er vaak een tekort aan water. Ook de opheffing in 1976 van de boerencoöperaties was geen slimme zet. Hun taak werd overgenomen door staatshandelsondernemingen, die al snel bol stonden van de corruptie, inefficiëntie en bureaucratie.

Al deze factoren leidden tot een diepe crisis in de Tanzaniaanse samenleving. De Tanzanianen verloren het vertrouwen in hun leiders, wat nog versterkt werd door voortdurende inflatie en achterblijvende loonsverhogingen. Bijna iedereen was genoodzaakt er nog wat bij te klussen en van het eens zo socialistische bolwerk in Afrika was weinig meer over. Vanaf begin jaren tachtig van de vorige eeuw kwam er voor het eerst openlijk verzet tegen partij en regering.

In 1979 brak oorlog uit met buurland Oeganda, nadat troepen van dictator Idi Amin Tanzania waren binnengevallen. Tanzaniaanse troepen verdreven Amin met behulp van Oegandese ballingen.

Zo werd er in 1982 een vliegtuig gekaapt, waarvan de kapers het aftreden van de regering eisten. Nog geen jaar later werd er een complot tegen de regering ontdekt, maar ook nu had dat geen gevolgen voor de regering van Nyerere. Nyerere werd in 1985 opgevolgd door Ali Hassan Mwinyi, omdat echte economische hervormingen zeer gewenst waren. Ondanks beschuldigingen van zaken als corruptie en machtsmisbruik bleef Mwinyi tien jaar op zijn post zitten en loodste Tanzania door een in alle opzichten moeilijke periode heen. Hij voerde economische hervormingen door en er kwam ook wat meer politieke vrijheid.

Jaren negentig
Door de monopolistische positie van de CCM ontstond de roep om een meerpartijensysteem, iets wat in 1992 uiteindelijk werd gerealiseerd.
In 1994 trok een half miljoen vluchtelingen vanuit het door een burgeroorlog geteisterde Rwanda de grens met Tanzania over, evenals vele tienduizenden vluchtelingen uit Burundi. De Rwandezen werden in december 1996 weer gedwongen om terug te keren naar hun land.

In 1995 werden er voor het eerst verkiezingen gehouden sinds de jaren zestig, waar meerdere partijen aan meededen. De verkiezingen werden gewonnen door Benjamin Mkapa van de CCM, volgens velen door een gebrek aan beter. Mkapa was de vervanger van Ali Hassan Mwinyi. Aan de chaotische verkiezingen werd deelgenomen door vijftien partijen, en deze politieke verdeeldheid speelde Mkapa uiteraard in de kaart.

De onregelmatigheden bij de verkiezingen spanden in de hoofdstad Dar es Salaam de kroon: ze moesten daar dan ook worden overgedaan. Uiteindelijk kreeg de CCM 215 van de 265 zetels. Het kabinet dat door Mkapa werd samengesteld was wel zeer verrassend; veel technocraten en de oude garde werd bijna helemaal afgeserveerd. Ook waren bijna alle regio’s in het kabinet vertegenwoordigd.

Op 14 maart 1996 wijdden de presidenten van Tanzania, Kenia en <a href=”/oeganda/” title=”Oeganda”>Oeganda het secretariaat in van de East Arican Co-operation in Arusha. Ook de nieuwe EAC heeft als doel te komen tot een nauwe samenwerking op het gebied van transport, communicatie, landbouw, veeteelt, visserij, industrie en nog wat andere, minder belangrijke economische sectoren.

In mei 1996 werd president Salmin Amour van Zanzibar beëdigd als lid van de Unieregering. Eind 1997 en begin 1998 werd Tanzania getroffen door zware overstromingen, waardoor wegen werden vernield en oogsten verloren gingen. Aan het eind van 1998 liep de voedselvoorziening voor 300.000 mensen gevaar, vooral in de oostelijke en noordelijke regio, door droogte en een plantenziekte die een deel van de oogst vernielde. In augustus van dat jaar pleegde de terreurbeweging Al-Qaida van Osama bin Laden een aanslag op de Amerikaanse ambassade in Dar es Salaam. Er vielen twaalf doden en meer dan tachtig gewonden.

Op 14 oktober 1999 overleed oud-president Nyerere, die tot voor zijn overlijden als bemiddelaar geprobeerd heeft een eind te maken aan de burgeroorlog in buurland Burundi. Tanzania herbergde 300.000 Burundese vluchtelingen en ving in 1999 ook nog zeker 120.000 vluchtelingen uit de Democratische Republiek Congo op.

21e eeuw
In oktober 2000 werd president Mkapa herkozen met 69% van de stemmen en de CCM vergrootte haar meerderheid in het parlement tot 85%. Hoewel de verkiezingen over het algemeen goed verliepen, was er op Zanzibar weer sprake van chaos, fraude en geweld. CCm kandidaat Amani Karume werd tot president van Zanzibar gekozen, maar de CUF erkende deze uitslag niet en weigerde in het Huis van Afgevaardigden plaats te nemen.

Eind januari 2001 riep de oppositie op tot vreedzame demonstraties, die echter uit de hand liepen en op Pemba tot 30 doden tot gevolg hadden. Met spanning werd er daarom uitgekeken naar deelverkiezingen op Pemba in mei 2003. De verkiezingen verliepen vreedzaam en democratisch, met als grote winnaar de CUF, die alle zetels won.

In feite bepalen slechts twee politieke partijen het politieke toneel in Tanzania, daarnaast is er een aantal kleinere partijen. De twee belangrijkste zijn de Chama Cha Mapinduzi (CCM) en de oppositiepartij Civic United Front (CUF); de laatste heeft vooral op Pemba en in de kuststreken onder Moslims veel aanhangers. Bij de verkiezingen in 2005 gingen 197 van de 223 zetels in het parlement naar CCM en won CCM- presidentskandidaat Jakaya Kikwete met 80% van de stemmen. De CUF bezet momenteel 19 zetels in het parlement.

In 2008 wordt het hoofd van de centrale bank Daudi Ballali ontslagen en in februari wijzigt de president de regering, allemaal vanwege corruptieschandalen.

Historische achtergrond:

2000 BC: Oorspronkelijke bewoners van dit gebied zijn jagers en verzamelaars van het Hottentot- en Bosjesmantype
1000 BC: Ethiopiërs komen via de Riftvalley en vestigen zich ten W van Mt-Meru (Cushitic)
900-1000: Moslims vestigen zich op Zanzibar en Pemba en Bantu’s komen uit het Westen en Niloten (Maasai) uit het Noorden van Tanzania
1200: Kilwa ontwikkelt zich onder de Shirazi tot een stad op het vasteland
1499: Vasco da Gama zet voet aan wal in Kilwa, na als eerste Afrika te hebben omvaren. Na de Portugezen volgden de Engelsen en de Fransen. Alleen de Nederlanders hadden zich aan wal gevestigd en wel bij Kaap de Goede Hoop
1698: Einde Portugese overheersing na door de Arabieren te zijn verslagen. Oman verkrijgt Zanzibar en van 1750 begint de kuststreek onder invloed van Oman te komen.
1750: Arabische handelaren dringen door in het binnenland tot Lake Tanganyika
1810: Introductie van de kruidnagelboom op Zanzibar
1833: Afschaffing van de slavenhandel in West-Afrika
1840: De sultan van Oman verplaatst zijn vestiging van Muscat naar Zanzibar in verband met de grote bloei van de specerijen- en slavenhandel. In hetzelfde jaar vindt een instroom van de Ngoni-volkeren, op de vlucht voor Shaka Zulu, plaats in Zuidelijk Tanzania. Zij assimileren met locale stammen en introduceren nieuwe militaire technieken
1847-1873: Binnenlanden worden geleidelijk in kaart gebracht door ontdekkingsreizigers en missionarissen zoals Krapf, Burton en Speke, Stanly en Livingstone
1850: Het leiderschap van de locale chiefs is niet langer gebaseerd op religieus maar op militair leiderschap. Chief Kimweri beschikte in 1857 over 400 man bewapend met musketten, die hij op Zanzibar had gekocht in ruil voor slaven. Ook vanaf 1850 ontstaat, gedreven door de industriële revolutie vanuit West-Europa belangstelling voor Oost-Afrika als afzetgebied en producent van grondstoffen
1869: Opening van het Suez-kanaal
1870: Prijs van kruidnagel gedaald tot 10% van de prijs in 1830 tengevolge van de produktie in Zanzibar . Einde Nederlands kruidnagel-monopolie
1872: Zanzibar wordt door een orkaan getroffen en 80% van de kruidnagelbomen gaat verloren. Hetzelfde geldt voor de vloot van de Sultan
1873: Afschaffing van de slavenhandel in Oost-Afrika
1878: Kaart van Afrika: binnenland nog steeds niet volledig in kaart gebracht. British Unofficial Empire op hoogtepunt. De Engelsen hanteerden het concept van een “informal empire” gebaseerd op de kracht van de Britse vloot
1880: Duitsland economisch al op veel plaatsen aanwezig, met name op Zanzibar (vanuit Hamburg sinds 1849), maar nog nergens de Duitse vlag. Toen volgde de vlag de handel of het evangelie en pas later de handel de vlag
1885: Bismarck geeft de German East Africa Company een Imperial Letter of Protection
1886: Verdrag van Londen. Vaststelling van demarcatielijn tussen Kenia en Tanzania. Mombasa naar Engelsen, Kilimanjaro naar de Duitsers
1890: Verdrag van Berlijn: het Helgoland-Zanzibar verdrag
– Ratificatie van het verdrag van 1886
– Engelsen krijgen exclusief protectoraat over Zanzibar
– Duitsers krijgen Helgoland terug van het Engelse vorstenhuis Hannover (Windsor)
– Duitsters geven Witu ten Noorden van Mombasa op
– Vaststelling van overige grenzen van Tanzania (gebaseerd op de Hinterland-doctrine)
1891: De 10 km. kuststrook die in het verdrag van Londen aan de Sultan van Zanzibar was toegewezen en in 1888 door hem aan de Duitsers in lease was gegeven, wordt na het neerslaan van een opstand toegevoegd aan Duits Oost-Afrika. Daarmee zijn de grenzen van het huidige Tanzania gevormd
1905-1907: Maji-maji opstand tegen de Duitsers. DOAG wordt beschermd door Schütztruppe onder leiding van Von Lettow-Rebeck, die nooit door de Engelsen werd verslagen tijdens de eerste wereldoorlog
1919: Duitsland verliest al haar koloniën; als Tanganyika onder Brits mandaat. Een deel gaat als Ruanda-Burundi naar België.

Voor meer algemene landeninformatie over Tanzania, ga naar:

Reisaanbiedingen voor Tanzania (t90)

Onze specialiteit is maatwerk reizen samenstellen. Een reis naar Tanzania is immers geen alledaagse reis. Uiteraard kunt u een reis met hotels, resorts en safarilodges combineren met rondreizen, treinen en binnenlandse vluchten uit ons programma. U kunt daarvoor het beste even contact met ons opnemen of vrijblijvend een offerte op vragen.

Best of Tanzania

Vanaf 2.037 Euro p.p. – exclusief vluchten

Best of Tanzania

8-daagse safari naar de nationale parken in het noorden van Tanzania van/naar Arusha
Tijdens deze reis ontdekt u de dierenwereld en de prachtige landschappen van het noorden van Tanzania. Naast de Serengeti en de Ngorongoro krater bezoekt u ook het Lake Manyara en het Tarangire National Park
meer informatie

Familiereis Tanzania

Vanaf 2.454 Euro p.p. – exclusief vluchten

Familiereis Tanzania

6 dagen met het hele gezin op safari in Tanzania
Tijdens deze bijzondere reis maakt u samen met uw gezin kennis met de natuur en cultuur van Tanzania. Ontmoet de dieren in de Serengeti en de Ngorongoro krater en leer op speelse wijze meer over de cultuur van de Masai, de Hadzabe en de Datoga stammen
meer informatie
Vraag gratis en vrijblijvend een offerte aan

Heeft u al concrete reisplannen?

Neem dan gerust contact met ons op. Het is zoveel makkelijker om met onze reisspecialisten tot een ideaal reisplan te komen.
Vraag gratis en vrijblijvend een offerte aan